Sportieve zingeving

22 MEI 2010

Al merk ik er weinig van, mijn kuit lijkt aardig naar de kloten. Geen centje pijn bij normaal gebruik — lees: wandelen — maar zodra ik probeer te hardlopen dan doet het au.

De mening van een Witte Jas heb ik nog niet gevraagd, maar als ik zelf een diagnose bij elkaar google dan kom ik uit bij een verrekking van een spier in mijn kuit. Rust houden is zo te lezen het enige medicijn. Fok, da’s nou precies het antwoord dat ik niet wilde horen.

Niks te vreten
De endorfinemonstertjes in mijn hoofd zijn ook al niet blij. Die gaan door het lint en da’s geen wonder. De zielepootjes hebben al dagenlang niks meer te vreten gekregen en stuiteren tegen het plafond van de honger.

Zonder sport ben ik een shotloze heroïnejunk die de methadonbus heeft gemist. Een Alco op een bankje in het stadpark. Maar dan zonder het bijpassende halveliterblik budgetbier.

Cold turkey.

Een alternatieve vorm van sportieve zingeving
Het is bizar dat het dagelijks leven plots uitgehold lijkt nu ik het zonder mijn dosis hardlopen moet stellen. Tamelijk leeg. Soms lijkt het net alsof de dagen louter bestaan uit wachten totdat ik weer mag gaan sporten. Da’s best scary.

Mossel Duivendak (free sierspeerwerper): Sport is wel degelijk kunst. Ik werp mijn kür op de Tiende van Mahler.

De hoogste tijd dus om op zoek te gaan naar een alternatieve vorm van zingeving op het sportieve vlak. Zwemmen? Op de fiets stappen? Of toch een abo bij de sportschool?

U-Boot
Ik ben geen waterslak. Het zal best heilzaam voor me zijn om een paar baantjes te trekken, maar eerlijk gezegd heb ik een pleurishekel aan zwemmen. Dat heeft alles te maken met mijn onkunde: een soepele vrije slag krijg ik niet uit mijn slakkenlijf geperst. Dat hou ik op zijn best één baantje vol. Daarna imiteer ik — onbedoeld maar reuze overtuigend — een U-boot. Los daarvan, het vooruitzicht om elke ochtend in een ijskoud dompelbad te moeten springen is nogal afschrikwekkend.

Sjorren aan gewichten
Mevrouw T. overweegt een abonnement bij een plaatselijke sportschool. “Dan ga jij toch gezellig mee naar Fit Fun?”, oppert ze. “Over mijn kouwe slakkenlijk”, brom ik. “Aan gewichten sjorren is tegen mijn principes. En spinnen vind ik eng. Dan stap ik nog liever op een echte fiets.”

Een haat-haatverhouding
Dat van die echte fiets is trouwens gelul. Met fietsen heb ik ook al net zo’n haat-haatverhouding als met zwemmen.

Op stralende zondagmiddagen freewheel ik zonder morren even een stukje met mevrouw T. en de kids door het dorp. Maar om nou als een bezetene door de Noordoostpolder te racen? No thanks! Hoewel, gisterochtend deed ik dat wél — om de endorfinemonsters eventjes stil te krijgen. Voor zover je op een halfgare Giant ATB met een krakende ketting en een soort van tractorbanden van racen kunt spreken. Het was ongetwijfeld een überbelachelijk tafereel: Turboslak in zijn hardloopkleren op een piep-en-kraak ATB-tje de polder rond te zien zwoegen.

Vrienden zullen we waarschijnlijk nooit worden, mijn tweewieler en ik, maar vooralsnog benadert fietsen het idee van alternatieve sportieve zingeving nog het minst slecht. Of heeft iemand nog een ander creatief idee op sportgebied? Behalve freestyle sierspeerwerpen dan?

Note: Mossel Duivendak is (net als Dirk de Alco) één van de typetjes uit het boek Ons Kent Ons — De types van Van Kooten en De Bie.

Reageren

De volgende tags kun je in je reactie gebruiken:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>