Meer met minder
Het is — officieel gezien tenminste, het weekend niet meegerekend — de laatste dag van de zomervakantie. Mrs T. en één van mijn dochters zijn op koopjesjacht in Amsterdam. Het is mij een raadsel waarom je daarvoor naar 020 wilt, maar wie ben ik om hen de martelgang van een hoofdstedelijk dagje shoppen te ontzeggen. Mijn andere twee meiden kijken voor de zoveelste keer naar de harrr harrr zeeroverhumor van Pirates of the Caribbean.
Zelf staar ik naar het scherm van mijn iMac, drink als een echte alco bier uit blik en besef dat ik vandaag helemaal niet heb gesport. “Waarom schrijf ik in hemelsnaam een stukje tekst als ik geen ruk heb gedaan”, denk ik terwijl ik dit typ?
Goeie vraag ··· blank stare ···
Ook al heb ik op deze vrijdag nog geen enkel sportief calorietje verbrand, dat wil niet zeggen dat mijn sportwereld volstrekt woest en ledig is.
Want ik denk na over hardlopen. Ik lees Run Less, Run Faster van Bill Pierce, Scott Murr en Ray Moss. Run Less Run Faster belooft dat ook ik een fittere, snellere hardloper kan worden. Door minder te trainen.
Hmmm, dat klinkt een slak als muziek in de oren. De voornaamste reden dat ik nogal eens in hoofdgroepen uiteen dreig te vallen is immers een overdosis aan kilometers.
Quality workouts
Sneller met minder. Dat bereik ik volgens het boek met drie ‘quality workouts’ in de week: een intervaltraining, een tempoloop en een lange duurloop.
Als je van het type lazy bones bent en denkt dat je sneller wordt door er als een lamme haas de kantjes vanaf te lopen dan moet ik je ernstig teleur stellen. Voor Pierce, Murr en Moss is ‘quality workout’ een andere bewoording voor ‘jezelf helemaal de tyfus rennen’. Het minder in run less slaat dan ook vooral op het aantal trainingskilometers. Niet op de intensiteit.
Actieve rust
Mijn Run Less Run Faster hardloopschema baseer ik op een actuele halve marathon finishtijd. Een recente tijd op de 5 km, 10 km of marathon kan trouwens ook. Run Less Run Faster staat vol tabellen waarin je kunt opzoeken op welk tempo je moet lopen.
Het is belangrijk om eerlijk tegen jezelf te zijn. Als je je eigen prestatieniveau door een roze bril bekijkt kom je van een kouwe kermis thuis. Want de workouts zijn pittig. Na elke training staat daarom steevast tenminste één dag rust ingepland. Nou ja rust? Het is volgens de auteurs eigenlijk niet de bedoeling dat ik op een niet-hardloopdag lekker achter mijn computertje kruip en bier (al dan niet uit blik) ga slurpen.
Actieve rust is wat de schrijvers van Run Less Run Faster voor ogen hebben. Cross-training: zwemmen, fietsen of roeien. Of zoiets. Zolang het maar een sportactiviteit is waarmee ik mijn hardloopfysiek ontzie. Het komt erop neer dat ik het zwembad of de fitnesszaal word ingejaagd.
Te laat
Voor de marathon van Eindhoven op 10 oktober aanstaande komen de adviezen van de Amerikaanse hardloopprofessoren veel te laat. Met mijn huidige broze slakkenfysiek én gebrek aan voorbereiding lijkt het niet reeël dat ik over pakweg zeven weken in de Lichtstad aan de start sta.
In eerste instantie kies ik dan ook voor een halve marathonschema van Run Less Run Faster. Da’s een afstand waarop ik redelijk uit de voeten kan. Als de Run Less Run Faster manier van trainen bevalt (en resultaat heeft) dan waag ik me wellicht aan een marathonschema.
Bye bye obesitas
aan de bak in 020
Pose hardloopclinic
Een faire Deal
Zondagmiddag in de hel

Zo ontzettend groen



















Bedankt voor je toelichting!
Rene Smit — september 2, 2010 om 10:14 am
Wat je doet varieert per week. Bijv. 3,5 km easy, 5 km ST pace, 1,5 km easy in de ene week. 8 km MT pace in de andere. En er zit ook een keertje 10 km op LT pace tussen.
Het tempo dat je moet lopen (easy, ST – short tempo, MT – mid tempo, LT – long tempo) wordt individueel bepaald op basis van een actuele prestatieloop. Voor mij is dat 5:10 (easy), 4:11 (ST), 4:20 (MT) en 4:29 (LT).
HansR aka turboslak — september 2, 2010 om 6:41 am
Hoe snel en lang moet die tempoloop zijn?
Rene Smit — september 2, 2010 om 12:25 am