De middag van de pijntjes
Het is de middag van de pijntjes.
Kobus
“Damn, ik heb steek in mijn zij”, hijg ik tegen Kobus. Kobus is mijn coach, trainer, steun en toeverlaat. En hij loopt meestal ook hele stukken met me mee. Kobus bestaat trouwens alleen in mijn hoofd. Het is wel een beetje zielig, maar aan de andere kant ook best prettig om een denkbeeldig loopmaatje te hebben. Die loopt tenminste niet de hele tijd de oren van je kop te lullen, terwijl jij alleen maar onverstaanbare, éénlettergrepige woorden terug kan hijgen. En je hoeft niet sociaal te doen. Je iPod met keiharde muziek mag je gewoon ophouden. Kobus vindt dat helemaal niet erg.
Autist van de maand
Met een hardloopvriendje van vleesch en bloet is dat natuurlijk zwaar aso. “Hey, ga je zo mee een stukje rennen?”. “Ja. Da’s goed. Wacht ff, dan schiet ik m’n kloffie aan”. En jij loopt vervolgens ijskoud het hele stuk met je Sennheiser op je harses. Zo’n actie lijkt me ruim voldoende voor een nominatie in de categorie hardloopautist van de maand.
“Mijn linkerarm doet zeer. Tintelt héél raar. Kut. Ik krijg toch zeker geen hartaanval? Zo meteen lig ik hier een beetje te rigor mortissen langs het fietspad”. “Ach, dat valt best mee”, bromt Kobus. Daarmee mijn bezorgdheid in de kiem smorend. “En als het niet meevalt, dan sterf je tenminste in het harnas”. Heerlijk, zoals Kobus altijd alles weet te relativeren. Op het moment dat Kobus zegt dat het wel losloopt zijn de tintelingen ook vrijwel direct verdwenen. Het is een echte anti-psychosomatiekgoeroe, die Kobus.
Mijn benen doen pijn
Na vier rondjes om woonwijk de Erven heb ik er helemaal geen zin meer in. Bijna 23 kilometer vind ik meer dan voldoende. Mijn benen doen pijn en ik wil naar huis. Opeens zie ik als een berg op tegen de Fortis Rotterdam marathon. Als je tijdens een marathon al na 25 kilometer volledig naar de klote bent, dan wordt het een ware kruisgang om de finish te halen.
Maar da’s een zorg voor later. Voorlopig ben ik deze vrijdagmiddag nog niet van de pijnbank verlost. Kobus is niet van plan om me naar huis te laten gaan. “Hey lullo, volgens mij zou je twee uur gaan hardlopen”, zegt hij. “Staat zelfs op het briefje dat je voor mevrouw Turboslak schreef toen je de deur uitging. Om tien over twee vertrokken. Ongeveer twee uur weg. xxx Turbo. Dat stond er. Dus nou ff niet zo mietig doen. Alleen ouwe homo’s snijden een stuk af om snel thuis te zijn.” “Maar ik ben ook een ouwe homo”, klaag ik nog. Tevergeefs. Zoveel strengheid is me te machtig en ik hobbel door.
Goed gedaan ouwe homo
Time flies when you’re having fun. Maar andersom gaat die vlieger natuurlijk ook op. Als je erdoorheen zit lijkt de tijd zich eindeloos uit te rekken. Tien minuutjes hardlopen duurt ineens een uur. De muziek op m’n iPod inspireert niet meer, maar wordt een bron van irritatie: gotver, wat een tyfusherrie. Bovendien hangt mijn tong hinderlijk in de weg. Een paar keer struikel ik er bijna over. Met precies twee uur op mijn Garmin Forerunner arriveer ik bij Casa Turboslak. Meer dood dan levend. “Goed gedaan. Voor een ouwe homo”, zegt Kobus. “Tot morgen”.
Bye bye obesitas
aan de bak in 020
Pose hardloopclinic
Een faire Deal
Zondagmiddag in de hel

Zo ontzettend groen


















