Daar gaan we weer
Gisteren liep ik een rondje met buurman Gerard en één van zijn Connexxion collega’s. Heel rustig aan. Op een tempo van zes minuut per kilometer. Da’s weer eens iets anders, om een beetje socializend rond te scharrelen door Emmeloord. Gezellig. Moe word je er in elk geval niet van.
Na een halve dag kloten met m’n muziekcollectie — in recordtempo probeer ik m’n cd’s naar iTunes op mijn iMac te rippen en tussen de bedrijven door ook nog de metadata op orde te krijgen — kan ik niet langer als een dood vogeltje binnen blijven zitten. Het weer is super en mijn Saucony’s lopen te blèren dat ze naar buiten willen. “Wel een beetje rustig aan doen”, denk ik nog als ik de straat uit hobbel. De daad voeg ik niet bij het woord. Welgeteld één kilometer kan ik me inhouden, daarna gaat het tempo omhoog.
Verstandig is het niet, maar ik kan het niet helpen. Alle ingrediënten om als een man zonder plan in de rondte te rennen zijn aanwezig: het weer is mooi, op m’n iPod staat 8GB aan herrie om mijn trommelvliezen mee te verneuken en mijn slakkenlijf stuitert vandaag van de energie. Met andere woorden, “damn, daar gaan we weer”.
Nou ja, zolang mijn pootjes niet protesteren probeer ik de handrem er vandaag maar niet op te houden. Snellere kilometers wissel ik af met rustigere stukken — om een beetje uit te puffen. Dat vind de masochist in Turboslakkie ook het lekkerst: eerst flink slaag krijgen, wonden likken en dan vragen om een tweede portie.
Na een uur begint mijn Garmin Forerunner 305 te klagen dat-ie geen opslagruimte meer heeft voor de rondes. Dat breekt de ban en ik hou het voor gezien. Ik zet mezelf in z’n vrij, laat mijn slakkenlijf nog een kilometer of anderhalf uitrollen en kom tegen de voordeur tot stilstand.
Meer statistieken voor de cijferjunk.
Bye bye obesitas
aan de bak in 020
Pose hardloopclinic
Een faire Deal
Zondagmiddag in de hel

Zo ontzettend groen



















