En nu weer back to business

03 FEB 2010

Tja, en toen was mijn doorlopend krediet aan loopvrije dagen zo’n beetje weggedooid. Al vijf hele dagen heb ik niet hardgelopen.

Eerlijk is eerlijk, de eerste dagen heb ik het niet gemist. Mijn slakkenkluifjes genoten teveel van de luxe van het slenteren. Maar nu begint het weer te kriebelen.

Het kriebelt
Het kriebelt, het borrelt en het jeukt. Als ik een ouwerwetse heroinejunk was dan zou ik het waarschijnlijk Cold Turkey noemen.

Ik moet weer op pad.

En niet alleen bij mezelf valt het op als ik een paar dagen niet hardloop. Vanochtend stond er een buurtbewoner in halfverwarde toestand aan de deur. Of ik ernstig ziek was of zo? Hij had me al zolang niet langs zien schuiven en vreesde het ergste. “Nee hoor, meneer”, zei ik terwijl ik onophoudelijk aan mijn kuiten krabde. “Maakt u zich vooral geen zorgen. Niks aan het handje. Ik moest gewoon even een paar dagen bijkomen. Een beetje teveel gerend vorige maand.”

Wonen in de periferie
Zo zie je maar weer. Wonen in de periferie heeft zo zijn voordelen. In Amsterdam kun je met gemak drie weken dood op het Centraal Station liggen voordat ze erachter komen dat je al een tijd geen adem meer haalt.

Ik zie het al voor me. Een NS Service medewerker met donkerrode cap op — je weet wel, het type zorgzame grondstewardess van de Spoorwegen die verdwaalde, demente omaatjes op weg helpt naar hun achterkleinkinderen in Schagen — vertelt aan een verslaggever van AT5: “Ja sorry hoor, ik dacht dat meneer gewoon wat moeite had met het opladen van zijn OV-kaart. Daar ben je nou eenmaal ff mee bezig. En je geeft graag mensen de ruimte hè. Dus je laat ze hun ding doen hè. Hoe kan ik nou weten dat-ie daar een beetje tot stof ligt te wederkeren?”

Sociale controle
In Emmeloord zal je dat niet zo snel overkomen. Ten eerste hebben we hier geen treinstation, dus dat je als lijk genegeerd wordt door NS-personeel behoort sowieso niet tot de mogelijkheden. Maar afgezien daarvan, als je hier in de polder je kop een halve dag niet laat zien dan ben je al verdacht. De over-over-overbuurman komt dan ineens wel heel vaak met zijn hondje voorbij wandelen. Ondertussen semi-undercover naar binnen glurend of-ie mij niet stuiptrekkend in de woonkamer ziet liggen.

Tja, en dat semi-undercover-gedoe zie ik dan toevallig weer gebeuren. Als ik vanuit het kantelraam op zolder — dat ik voor de gelegenheid op een kiertje heb gezet — met een spiegeltje de straat in de gaten hou. Voor het geval er een zielige kleuter op straat loopt die net van z’n fietsje is gevallen en nu met een geschaafde knie op zoek is naar zijn moeder.

Nou ja, wat ik maar wil zeggen is — behalve dat het met de sociale controle op een dorp wel snor zit — dat het mooi is geweest met het niksen. Ik moet hoognodig weer een beetje gaan rondrennen.

Een man met een plan
Niet alleen moet ik weer wat gaan rondrennen, ik moet vooral gaan rennen volgens een schema. Als een man met een plan.

Aargh! Een schema! Mijn koninkrijk voor een schema. In de trein naar mijn werk maak ik altijd de wildste plannen. Ik ga het zus doen. Of zo. Een artikel in een streng verboden hardloopmagazine brengt me op de meest waanzinnige schema-ideetjes. Zolang ik er in een tweede klas coupe van de intercity naar kijk lijkt altijd allemaal hartstikke logisch en simpel. Totdat ik er eentje probeer te maken.

Een hardloopschema maken … da’s geen sinecure.

Reageren

De volgende tags kun je in je reactie gebruiken:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>